U bent hier

Syndicale vrijheden

Stakingsvrijheid

Het stakingsrecht - erkend als een fundamenteel Europees grondrecht - moet absoluut gevrijwaard blijven. Door de inmenging van rechtbanken bij collectieve geschillen kan het stakingsrecht niet meer vrij uitgeoefend worden.
In geval van collectieve geschillen moet er bij voorkeur voorrang gegeven worden aan het sociaal overleg.

Syndicale onafhankelijkheid

De onafhankelijkheid van de vakbondsorganisaties moet absoluut worden gevrijwaard. Aanvallen op deze onafhankelijkheid kan De Algemene Centrale - ABVV niet dulden.

De Algemene Centrale - ABVV eist ook de afschaffing:

  • Van het artikel 66, 4de lid van het Strafwetboek. Op basis van dit artikel kunnen vakbondsvertegenwoordigers worden vervolgd omdat ze de werknemers tot syndicale actie aanzetten;
  • Van het artikel 406 van het Strafwetboek. Op basis van dit artikel kunnen vakbonden worden vervolgd omwille van het feit dat zij, in het kader van hun actie, het verkeer belemmeren (bijv. via blokkades).

De bescherming van onze afgevaardigden

Afgevaardigden en kandidaat-afgevaardigden in de wettelijke overlegorganen

Werknemersafgevaardigden en kandidaat-afgevaardigden in de wettelijke overlegorganen (ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk) worden in de uitoefening van hun mandaat beschermd tegen ontslag via de wet van 19 maart 1991.

Zij kunnen slechts worden ontslagen om een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht werd aangenomen of om technische of economische redenen die vooraf door het bevoegd paritair orgaan werden erkend.

Wanneer de werkgever een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst zonder de wettelijke procedure na te leven, worden specifieke vergoedingen voorzien.

De Algemene Centrale - ABVV stelt echter vast dat de beschermingsvergoedingen, zoals voorzien in deze wet, onvoldoende zijn: ondernemingen leven de wettelijke procedure om over te gaan tot ontslag niet na en de ten onrechte afgedankte afgevaardigden worden niet opnieuw opgenomen in de onderneming.

Wij menen dan ook dat het noodzakelijk is om de wet van 1991 te verbeteren :

  • de verplichting voor de werkgever om de wettelijke en juridische procedure te volgen wanneer hij een afgevaardigde wil ontslaan;
  • de mogelijkheid om de werkgever te verplichten tot het behoud van de arbeidsovereenkomst of van de tewerkstelling voor een afgevaardigde die ten onrechte met ontslag werd bedreigd.

Leden van de vakbondsafvaardiging

Leden van de vakbondsafvaardiging lopen dezelfde risico's op ontslag als leden van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk. Toch is hun bescherming tegen ontslag minder uitgebreid dan de bescherming van leden van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Daarom moeten de leden van de vakbondsafvaardiging dezelfde bescherming krijgen als de leden van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk.