Bedrijven in crisis of feestende aandeelhouders? De waarheid achter de cijfers
Het idee dat bedrijven vandaag in moeilijkheden verkeren, is breed verspreid. Stijgende energieprijzen, internationale concurrentie, wettelijke beperkingen, geopolitieke context… De aangehaalde verklaringen zijn talrijk en worden regelmatig herhaald in het publieke debat.
Zonder de impact van deze factoren op bepaalde activiteiten te ontkennen, is het noodzakelijk om de situatie op basis van objectieve data te bekijken. Wat vertellen de cijfers van de bedrijven echt?
We nemen de jaarrekeningen onder de loep van bedrijven in de basischemie en de farmaceutische industrie, waarvan de werkgeversvertegenwoordigers de nadruk leggen op een “zorgwekkende”, zelfs “rampzalige” situatie in hun sectoren.
Hoge winstgevendheid
Eerste vaststelling: de activiteiten in deze sectoren blijven grotendeels winstgevend.
In de basischemie bedraagt de bedrijfswinst in 2024 2 miljard euro, een duidelijke stijging t.o.v. 2023. Hoewel 2021 en 2022 uitzonderlijk waren, blijven de huidige niveaus hoog en vergelijkbaar met die van vóór de gezondheidscrisis.
In de farmaceutische industrie is de stijging nog duidelijker. Tussen 2018 en 2024 is de bedrijfswinst in België 2,6 keer toegenomen. In 2024 bereikt die 7,5 miljard euro, een recordbedrag in de sector.
Dus: deze bedrijven verkeren niet in moeilijkheden, maar zijn juist zeer winstgevend.
Winst naar de aandeelhouders
De analyse van de nettowinsten en de dividenden geeft extra inzicht in het gebruik van deze rijkdom. In de basischemie werd in 2022–2024 €19 miljard aan nettowinst behaald, terwijl €23 miljard aan aandeelhouders werd uitgekeerd. De uitgekeerde bedragen overstijgen dus de winsten uit de activiteiten.
In de farmaceutische industrie steeg de nettowinst in 2024 met 10,65% t.o.v. 2023 en met 60,8% t.o.v. 2022. In dezelfde periode namen de dividenden nog sneller toe: +217,2% en +130,7%. In 2024 waren de uitgekeerde dividenden 21,7% hoger dan de nettowinst.
Deze evoluties tonen een duidelijke tendens: een aanzienlijk deel van de gecreëerde rijkdom gaat naar de aandeelhouders. Wat blijft er dan nog over voor investeringen, jobs of arbeidsomstandigheden?
Lonen, niet de belangrijkste kost
Tijdens de sectorale onderhandelingen wordt de loonkost vaak aangehaald als een factor die de winstgevendheid onder druk zet. De beschikbare cijfers brengen echter een aanzienlijke nuance aan in dit beeld. In 2024 bedraagt het aandeel van de lonen in de productiekosten 13,7% in de basischemie, tegenover 60,8% voor bevoorrading en goederen. In de farmaceutische industrie ligt dit aandeel op 5,5%, een daling ten opzichte van 7,2% in 2018. De lonen zijn dus niet de belangrijkste uitgavenpost. Kan je in deze context echt stellen dat dit de oorzaak is van de problemen?
Een kwestie van economische keuzes
Dit alles leidt tot een aantal duidelijke conclusies: bedrijven in de basischemie en de farmaceutische industrie in België boeken aanzienlijke winsten, vergelijkbaar met de niveaus van vóór de gezondheidscrisis, en in het geval van de farmaceutische sector zelfs historisch hoog. Daarnaast wordt een aanzienlijk deel van deze winsten, soms zelfs meer dan wat er daadwerkelijk is verdient, uitgekeerd aan aandeelhouders. Dit roept vragen op over het gebruik van de door werknemers gecreëerde rijkdom.
Investeringen in productiemiddelen, verbetering van arbeidsomstandigheden, ecologische transitie… allemaal zaken die belangrijke aanzienlijke middelen vereisen, maar die vandaag minder prioritair lijken dan de uitkering van dividenden.
Concrete uitdagingen voor jobs
Nu jobs in deze sectoren onder druk staan, rijst de vraag naar de oorzaken hiervan. Gezien de cijfers lijkt de stelling van een gebrek aan winstgevendheid moeilijk te verdedigen. De beschikbare gegevens wijzen juist op aanzienlijke financiële marges.
De vraag gaat dus minder over de beschikbare middelen, en meer over de gemaakte economische keuzes: de bestemming van de winsten, het investeringsniveau en de prioriteiten die worden gegeven aan de uitkering aan aandeelhouders of aan de uitbreiding van de activiteit.
Het debat op basis van objectieve feiten voeren
Uit de analyse van de bedrijfsrekeningen blijkt een genuanceerdere beeld dan het gangbare discours doet vermoeden. Ze maakt duidelijk dat er aanzienlijke middelen bestaan in sleutelsectoren van de Belgische economie.
Kan je dan nog spreken van een algemene crisis wanneer de rentabiliteit hoog blijft en de dividenden sneller stijgen dan de winsten zelf? Het debat over de toekomst van de industrie, werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden kan zich dus niet beperken tot het idee van een opgelegde of ondergane situatie. Het moet ook gaan over de gemaakte keuzes: waar gaat het geld naartoe? Wie beslist over het gebruik ervan? En ten voordele van wie? Het gaat dus misschien niet alleen over de beschikbare middelen, maar vooral over de economische keuzes die bepalen hoe die middelen worden verdeeld.
