Verplaatsingskosten en mobiliteit
Woon-werkverplaatsing
- Gemeenschappelijk openbaar vervoer: jouw werkgever moet altijd 100% van de prijs van het abonnement terugbetalen;
- Eigen vervoer: 95% van de prijs van de treinkaart NMBS voor het overeenkomstig aantal kilometers (zie tabel 'bedrag van de patronale tussenkomst - eigen vervoermiddel hieronder)). Om het dagbedrag te bepalen wordt het maandbedrag vermenigvuldigd met 3 en gedeeld door 65. Ben je tewerkgesteld in onderbroken diensten, dan heb je recht op een tussenkomst ten laste van de werkgever voor elke dienst.
- wanneer geen openbaar vervoer mogelijk is, en op verzoek van de werkgever, is de werkgever het tarief van de staat verschuldigd dat elke 3 maanden wordt aangepast (€ 0,4326 per kilometer (tarief van de staat Q1-2026)).
- Fiets (al dan niet elektrisch aangedreven): je werkgever is een fietsvergoeding van € 0,36/kilometer (heen en terug, vanaf de eerste kilometer) verschuldigd. Vanaf 1 januari 2026 geven ook de tussenwerfverplaatsingen met de fiets die eigendom is van de werknemer recht op deze tussenkomst.
Mobiliteitsvergoeding (vanaf 1 januari 2024) (verplaatsingstijd)
Voor de verplaatsing van de zetel van het bedrijf (of de plaats van afspraak) naar de werf bij gebruik van een eigen vervoermiddel of bij gebruik bedrijfswagen (met uitzondering ruitenwassers):
- € 0,0965/km;
- chauffeur van personeel: € 0,1929/km.
Ook de verplaatsing met de bedrijfswagen van de woonplaats naar de eerste werf en van de laatste werf naar de woonplaats wordt vergoed via de mobiliteitsvergoeding.
Vergoeding voor de verplaatsing van de ene werf naar de andere (vergoeding van de nodige tijd) (tussenwerfvergoeding)
Wanneer je op verschillende opeenvolgende werven aanwezig moet zijn, wordt de tijd om zich van de ene werf naar de andere te verplaatsen, vergoed. Die vergoeding bedraagt forfaitair € 0,1075/km, met een minimum van € 2,15/verplaatsing (bedragen vanaf 01/01/2026).
Opgelet: deze vergoeding geldt niet voor de ruitenwassers, de afvalophaling en de industriële reiniging (categorie 8) en wanneer er meer dan drie uur ligt tussen het einde van de vorige werf en het begin van de volgende werf en dat de afgelegde weg één kilometer niet overstijgt.
Voor werknemers zonder vaste werkplaatsen of zonder vaste prestatie-uren en die verschillende, onmiddellijk opeenvolgende werven in cascade moeten bedienen, vangt de in uurloon betaalde arbeidstijd aan vanaf de start van de eerste werf en eindigt bij het einde van de laatste werf.
Kosten bij verplaatsing van de ene werf naar de andere
Als jij je op verzoek van de werkgever verplaatst van de ene naar de andere werf met je eigen wagen, heb je recht op het tarief van de staat (€ 0,4269/km (tarief van de staat Q1-2026)) voor het gebruik van de eigen wagen. Voor cat. 8 gelden er voor dienstreizen aparte dagtarieven.
