Betaalde vakantie: België bungelt achteraan in het peloton, Arizona drijft tot uitputting

Nu de Arizona-regering ongeremd inhakt op de verworven rechten van de werknemers, ontsnapt er ééntje nog steeds aan haar aandacht: de jaarlijkse vakantie. Het is waar dat België op Europees niveau eerder onderaan de ranglijst staat in plaats van bovenaan. Belgische werknemers hebben gemiddeld 30 vakantiedagen per jaar (20 wettelijke dagen + 10 wettelijke feestdagen), ofwel één dag meer dan Nederland, de hekkensluiter, maar 9 dagen minder dan Estland, dat aan de kop van de lijst staat.

De betaalde vakantie is 90 jaar oud

Het recht op betaalde vakantie lijkt vandaag normaal, maar dat was het niet aan het begin van de 20ste eeuw. Het is de vrucht van een lange vakbondsstrijd en bittere discussies. De context in die tijd werd gekenmerkt door moeilijke arbeidsomstandigheden, zeer lange werkdagen en vrijwel geen rust voor de werknemers. Het beslissende keerpunt kwam in 1936, toen er een golf van stakingen uitbrak in verschillende sectoren van het land, vooral in de havens en de industrie. Geconfronteerd met de omvang van de mobilisatie stemden de regering en de werkgeversvertegenwoordigers in met een reeks belangrijke sociale hervormingen ten gunste van de werknemers. Zo kende de wet van 8 juli 1936 de werknemers een week betaalde vakantie toe. Dit werd in 1955 verhoogd naar 2 weken, samen met een belangrijke syndicale overwinning, namelijk het "dubbel vakantiegeld". De 3de week werd behaald in 1963 en de 4de in 1975.

Europese richtlijn betreffende de arbeidstijd

De fundamenten van de jaarlijkse vakantie in Europa zijn terug te vinden in een aanbeveling van de Europese Raad van 1975, die de lidstaten opriep om een 40-urige werkweek en minimaal vier weken betaalde vakantie in te voeren. Het was trouwens om aan deze doelstelling te voldoen dat België in 1975 het vierwekensysteem invoerde.

Dit principe werd vervolgens wettelijk verankerd in de Europese Richtlijn van 1993, die vervolgens werd bekrachtigd door de Richtlijn 2003/88/EG. Alle EU-lidstaten moeten elke werknemer ten minste vier weken betaalde vakantie per jaar garanderen, wat overeenkomt met 20 werkdagen voor een standaardwerkweek van vijf dagen.

Terwijl sommige Europese landen sindsdien hun wettelijk minimum hebben verhoogd (zoals Luxemburg en Frankrijk) of meer dagen hebben aangeboden via hun collectieve overeenkomsten (zoals Duitsland), is België bij de wettelijke basis gebleven: 4 weken vakantie per jaar, ofwel 20 dagen in de 5-dagenweek of 24 dagen in de 6-dagenweek.

Ook al lijkt de situatie op interprofessioneel niveau vast te zitten, toch blijven de vakbonden strijden voor een arbeidsduurvermindering in hun sectoren en bedrijven door middel van overeenkomsten. In veel sectoren kunnen werknemers bijvoorbeeld rekenen op anciënniteitsdagen.

Bescherming als je ziek bent tijdens je vakantie

Eén van de verbeteringen van de afgelopen jaren is de bescherming van de vakantie in geval van ziekte, die in 2024 werd ingevoerd. Dankzij deze wet kan een werknemer die ziek wordt tijdens zijn betaalde vakantie, deze dagen omzetten in ziektedagen. Op deze manier kan hij zijn vakantiedagen op een later tijdstip recupereren en overdragen. 

Daarom moet de vakbond, daar waar de algemene wet een obstakel vormt, oplossingen opleggen op het terrein. We moeten, sector per sector, arbeidsduurvermindering en eindeloopbaanverlof afdwingen, zodat iedereen in goede gezondheid oud kan worden en niet uitgeput raakt door het werk. Onze ouderen hebben gestreden voor de 4 weken in 1975. In 2026 vechten we voor het recht op een waardig einde van onze loopbaan en voor werk met respect voor ons leven. De strijd gaat verder!

Flexibel tot je erbij neervalt? Nee, dank je!

Maar laten we er geen doekjes om winden: in het huidige politieke klimaat is elke overwinning van tijdelijke aard. De onderhandelingen met de werkgevers lijken momenteel op een dovemansgesprek, wat grotendeels wordt aangemoedigd door het antisociale beleid van de Arizona-regering, die steeds meer blijk geeft van haar minachting voor het sociaal overleg en de werknemers. Met haar bezuinigingsmaatregelen drijft de Arizona-regering de flexibiliteit tot het uiterste, zelfs als dat betekent dat de gezondheid van werknemers wordt uitgehold. 

Nu België onderaan de Europese ranglijst voor betaalde vakantie blijft bungelen, moet de prioriteit liggen bij welzijn en arbeidsduurvermindering. Tegenover dit beleid, dat ons een eeuw terug wil werpen, zet het ABVV de strijd verder: onze gezondheid en onze tijd om te leven zijn niet te koop.