Beste wensen 2026
NIET WERKEN BIJ SLECHT WEER
Artikel 50 van de wet over arbeidsovereenkomsten van 03/07/1978 bepaalt dat: "Het slechte weder schorst de uitvoering van de overeenkomst, voor zover het werk onmogelijk wordt en op voorwaarde dat de werkman werd verwittigd dat hij zich niet moet aanbieden. Maakt het weder het werk opnieuw mogelijk, dan moet de werkman verwittigd worden dat het werk wordt hervat."
Algemene regel
Bij afwerkings-, stukadoors- en staffwerk (RSZ-code 26 of 44) moet elke werkdag dat niet is kunnen beginnen of onderbroken is, betaald worden tegen het volledige loon (wet van 03/07/1978 over arbeidsovereenkomsten, art. 27).
Voorwaarden: de werknemer moet zich normaal op het werk begeven, mag niet van op voorhand op de hoogte zijn en de oorzaken die hem verhinderen te werken moeten buiten zijn macht liggen.
Indien de werkgever de werknemer echter vóór zijn verplaatsing naar de werf waarschuwt, kan deze wegens slecht weer tijdelijk werkloos worden verklaard.
Bijzondere bepalingen voor ruwbouw
Een bijzondere regeling geldt voor metsel- en betonwerken, grondwerken, zee- en rivierwerken, baggerwerken, wegenwerken, wegenwerken, asfalteren en bitumeren, dakbedekkingen, voegwerk, enz. (d.w.z. ondernemingen met index 24 of 54).
Voorbeeld: een arbeider begint zijn dag, maar na 4 uur moet hij stoppen met werken. De werkgever betaalt het volledige loon voor de 4 gewerkte uren plus 50% voor de 4 niet-gewerkte uren (50% x 4 uren = 2 uitbetaalde uren). In totaal wordt de werknemer dus betaald voor 6 werkuren. Dit loon wordt gelijktijdig met het gewone loon voor de betrokken periode uitbetaald. Bovendien ontvangt de werknemer weerverlet zegels.